Pedagogische visie


"Observeer! Leer je kind kennen! Als je werkelijk ziet wat hij nodig heeft, als je voelt wat hem werkelijk dwars zit, wat zijn behoefte is, dan zul je hem ook goed behandelen, zul je hem goed begeleiden en opvoeden."

- Emmi Pikler -


De belangrijkste pijlers van ons pedagogisch beleid

  • Help mij het zelf te doen

Een kind heeft een natuurlijke drang tot zelfontplooiing. Het leert te doen wat het leuk vindt en eigen keuzes te maken. Dat geeft zelfvertrouwen. Voor alle activiteiten is het proces belangrijker dan het resultaat. Het gaat erom dat kinderen leren, ervaren en zelf ontdekken. Als we met ze knutselen gaat het erom dat ze de materialen kunnen voelen, bekijken, ruiken en ervaren hoe dingen werken.

  • Naar elkaar luisteren

De mening van kinderen telt. Door een actieve luisterhouding van onze medewerkers voelt een kind zich serieus genomen en ervaart het dat het meetelt. Ieder kind kan zichzelf zijn, omdat we uitgaan van gelijkwaardigheid. We leren kinderen om rekening te houden met elkaar en om verantwoordelijkheid te nemen.

  • Respect

Op een respectvolle manier communiceren is belangrijk voor een positief zelfbeeld. Door gerichte vragen te stellen nodigen we uit tot vertellen en nadenken. We vragen niet: 'Wat heb je gisteren allemaal gedaan?', maar 'Ik hoorde dat je naar de dierentuin bent geweest. Welke dieren heb je daar allemaal gezien?' Communiceren betekent ook dat we kinderen voorbereiden op activiteiten en vertellen wat we gaan doen.

  • Verschillende communicatiemiddelen
Omdat er mogelijk kinderen zijn die moeite hebben met verbale communicatie maken we gebruik van pictogrammen en ondersteunende peutergebaren. We zullen voor ieder kind gepaste middelen zoeken om de communicatie zo goed mogelijk te laten verlopen.

Ons pedagogisch beleid in praktische zin

  • Huiselijke inrichting voor vertrouwen en rust
  • Vaste verpleegkundigen en pedagogisch medewerkers
  • Speelgoed op ooghoogte waar uw kind bij kan. Zo helpen we kinderen 'het zelf te doen' en te kiezen
  • Waar mogelijk natuurlijk spelmateriaal
  • Verschillende speelhoekjes en spiegels in de ruimte
  • Variatie aan activiteiten binnen en buiten. Uw kind leert zo wat het leuk vindt

De invloed van pedagogen op ons beleid

Steiner (Rudolph Joseph Steiner 1861 - 1925)

Steiner gaat ervan uit dat het verstand niet te vroeg geschoold moet worden. Volgens hem is vooral ontwikkeling van het gevoelsleven en kunstzinnige vorming in de eerste jaren erg belangrijk. Ook moet er een relatie zijn tussen de opvoeding thuis en op de kinderopvang. Kinderen moeten een gevoel van veiligheid en vertrouwen krijgen. Wij zien ook het belang van creatieve vorming en zintuiglijke ontwikkeling; we bieden het juiste speelgoed aan, lezen voor, maken samen muziek, luisteren en dansen. Door samen bezig te zijn willen wij het kind een gevoel geven van veiligheid en betrokkenheid.

 

Pikler (Emmi Pikler 1902 - 1984)

Emmi Pikler staat voor een zeer respectvolle verzorging. Als een kind liefdevol, in alle rust, met zachte handen, houding en stem wordt benaderd en onverdeelde aandacht krijgt, is het hierin zo voldaan dat het vervolgens, zonder inbreng van volwassenen, vreugdevol actief kan spelen. Pikler gaat uit van het eigen kunnen; het kind is competent en ontwikkelt zich motorisch op natuurlijke wijze helemaal zelf. De volwassene is er om een uitdagende omgeving te creeëren en om de veiligheid te waarborgen. Pikler biedt kinderen voornamelijk materialen aan van huishoudelijke aard waaraan van alles te ontdekken valt. Ook speelt zij in op de grofmotorische ontwikkeling van kinderen door een kruipplateau aan te bieden. Vooral in de baby-fase is de visie van Pikler heel bruikbaar.

 

Gordon (Thomas Gordon 1918 - 2002)

Gordon, onder meer bekend van het boek Luisteren naar kinderen, pleit voor respectvolle taal en een actieve luisterhouding van de volwassene waardoor het kind zich serieus genomen en gehoord voelt. Hij gaat uit van gelijkwaardigheid van relaties zodat iedereen zichzelf kan zijn en zijn eigen verantwoordelijkheid neemt. Dat betekent dat de mening van kinderen telt. Ook wordt er bij ons in de door hem geïntroduceerde ik-boodschap gesproken. We spreken kinderen aan op het gedrag en niet op de persoon. Daardoor leert het kind welk gedrag wel of niet prettig is voor de mensen om hem heen.

 

Malguzzi (Loris Malaguzzi 1920 - 1994)

In de pedagogiek van Loris Malaguzzi is het essentieel de initiatieven en interesses van een kind te volgen en hier op in te gaan door situaties te creëren die hierbij aansluiten. De nadruk ligt op wat kinderen kunnen. De houding van de pedagogisch medewerkers is meer op luisteren en observeren gericht dan op vertellen. Malaguzzi gaat uit van de 100 talen van kinderen om te communiceren, waaronder muziek, dans en tekenen. Elk kinderdagverblijf dat werkt vanuit deze pedagogiek heeft een atelier en verschillende speelhoekjes. Gebeurtenissen en activiteiten worden gedocumenteerd. Malaguzzi gaat uit van drie pedagogen; de andere kinderen, de volwassenen en de omgeving die vooral de creativiteit en fantasie van kinderen moet stimuleren.

 

Montessori (Maria Montessori 1870 - 1952)

'Help mij het zelf te doen' is de kern van de visie van Montessori. Alle opvoeding is in wezen zelfopvoeding. Uitgangspunt is dat een kind een natuurlijke, noodzakelijke drang tot zelfontplooiing heeft. Opvoeding en onderwijs moeten onderkennen wat de behoeften van een kind in een bepaalde fase zijn en daarop inspelen door de juiste omgeving en materialen aan te bieden. Dat betekent bijvoorbeeld zelf een boterhammetje eten, maar ook zelf speelgoed pakken en weer opruimen. Het spelmateriaal en speelgoed lopen op in moeilijkheidsgraad om, in een periode dat uw kind daar aan toe is, aan te kunnen bieden.